Beoordeling

Goed Voldoende Onvoldoende

Opdracht 1

Maximaal: 17 punten

  • Eén punt voor elk goed verschil in de klas (maximaal vijf punten)
  • Eén  punt voor elke goede regel van de school (maximaal zes punten)
  • Eén punt voor elke goede regel van vroeger die anders is (maximaal twee punten)
  • Eén punt voor elke goede straf die de leerlingen nu kunnen krijgen (maximaal twee punten)
  • Eén punt voor mening en één punt voor goed argument (maximaal twee punten)
15 - 17 punten 10 - 14 punten 9 punten en minder

Opdracht 2

Maximaal: 10 punten

  • Voor elk bedachte vraag één punt (maximaal vijf punten, omdat er vijf vragen bedacht moeten worden)
  • Voor elk goed genoteerd antwoord één punt (maximaal vijf punten, omdat er vijf vragen beantwoord moeten worden)
8 - 10 punten 6 – 7 punten 5 punten en minder

Opdracht 3

Maximaal:  8 punten

  • Voor het uitgekozen spel (één punt), voor de uitleg twee punten als de leerling met eigen woorden het spel heeft uitgelegd.
  • De leerlingen hebben een spel uitgekozen en proberen dit te spelen (één punt).
  • De leerlingen houden zich aan de regels (één punt) en kunnen eventuele problemen samen oplossen (één punt).
  • De leerling heeft in de evaluatie vermeld wat hij of zij goed vond gaan (één punt) en wat niet (één punt).
7 - 8 punten  5 - 6 punten 4 punten en minder

Opdracht 4

Maximaal: 17 punten

  • De leerling heeft aangegeven wat hij denkt (ja/nee) (één punt). De leerling heeft aangegeven waarom hij/zij dit denkt (één punt).
  • De leerling heeft vijf verschillen benoemd tussen zijn/haar eigen klas en de klas in Afrika (voor elk verschil één punt, maximaal vijf punten)
  • De leerling heeft een plan (twee punten), dit is uitvoerbaar (twee punten), hij/zij heeft dit begrijpbaar opgeschreven (één punt).
  • De leerling heeft een spel bedacht (één punt), de spelregels beschreven (één punt), de verloop van het spel beschreven (één punt), een tekening gemaakt van het spel (één punt) en uitgevoerd (één punt).
15 - 17 punten 10 - 14 punten 9 punten en minder